Het gebit
Het paardengebit slijt en verandert het hele leven. Leer hoe het gebit zich ontwikkelt en welke signalen op gebitsproblemen wijzen.
Het paardengebit
Een paard heeft 36 tanden en kiezen. Met eventuele wolfskiesjes en hengstentanden erbij kan dat aantal oplopen tot 42. Het basisgebit bestaat uit zes snijtanden en twaalf kiezen per kaak.
Het paardengebit is uitgroeiend: de tanden groeien niet door, maar schuiven geleidelijk omhoog in de mondholte, waar ze slijten. Op een bepaalde leeftijd kunnen ze niet verder omhoog en slijten ze alleen nog af, totdat ze op zijn.
Hoe het gebit zich ontwikkelt
- Veulens worden geboren met 12 kiezen en krijgen hun eerste snijtand in de eerste levensweek.
- De tweede snijtand verschijnt tussen 1 en 1,5 maand, de derde tussen 6 en 9 maanden.
- De snijtanden wisselen op een leeftijd van 2,5, 3,5 en 4,5 jaar.
- De kiezen wisselen op 2,5, 3 en 3,5 jaar.
- Rond het vijfde levensjaar is het gebit normaal gesproken volledig gewisseld.
Signalen van gebitsproblemen
- Slechte eetlust of voer uit de mond laten vallen
- Proppen maken tijdens het eten
- Vermageren
- Kwijlen of een vieze mondgeur
- Eenzijdige oog- of neusuitvloeiing
- Een zwelling op de kaak

