Vaccinaties
Vaccineren beschermt uw paard tegen influenza, tetanus en rhinopneumonie. Lees waarom entingen zo belangrijk zijn en welk schema wij adviseren.
Waarom vaccineren?
Bij een vaccinatie dienen wij een verzwakte vorm van een virus of bacterie toe. Het paard maakt daartegen antistoffen aan, zodat het bij een echte besmetting niet of veel minder ernstig ziek wordt. Drachtige merries geven via de biest antistoffen door aan hun veulen, in de eerste 24 tot 36 levensuren.
Influenza
Het influenzavirus veroorzaakt een infectie van de voorste luchtwegen, met koorts, slecht eten en hoesten. Er kunnen bacteriƫle infecties bij komen. Wij adviseren twee keer per jaar te vaccineren. Veulens krijgen hun eerste enting op een leeftijd van 4 tot 6 maanden.
Tetanus
Tetanus wordt veroorzaakt door een Clostridiumbacterie die via diepe wonden het lichaam binnenkomt en hevige spierkrampen veroorzaakt. De ziekte begint vaak met stijfheid van de kauwspieren en kan dodelijk verlopen. Preventief enten is daarom levensbelangrijk.
Rhinopneumonie
Rhinopneumonie wordt veroorzaakt door een herpesvirus en kent drie vormen:
- De ademhalingsvorm: een luchtweginfectie met koorts.
- De abortusvorm: verwerpen bij drachtige merries. Wij adviseren drachtige merries te enten in maand 3, 5, 7 en 9 van de dracht.
- De neurologische vorm: verlamming van de achterhand, waarvoor geen behandeling beschikbaar is.
Tegen rhinopneumonie is minimaal twee keer per jaar vaccineren nodig. Omdat het virus rondgaat in groepen, is het enten van de hele groep essentieel.

