Wormen en ontwormingsadvies
Standaard elke twee maanden ontwormen is verleden tijd. Wij adviseren gericht ontwormen op basis van mestonderzoek, om resistentie te voorkomen.
Ziekteverschijnselen
Paarden met een wormbesmetting kunnen een slechte conditie, een ruige vacht, vermagering, verminderde eetlust, koliek, bloedarmoede, diarree of verstopping en een vertraagde groei laten zien.
Hoe raakt een paard besmet?
Eieren van maagdarmwormen komen voor in de omgeving van ieder paard. Uw paard neemt de wormeieren op via het gras en het voer.
Welke wormen komen voor?
- Kleine strongyliden: de meest resistente soort tegen wormmiddelen.
- Grote strongyliden: kunnen een worminfarct veroorzaken.
- Paardenhorzel: de larven zijn zichtbaar als witte eitjes op de beenharen.
- Lintwormen: kunnen bij een hoge besmetting verstopping veroorzaken.
- Aarsmade: geeft jeuk aan de anus en veroorzaakt een zogenaamde rattenstaart.
- Spoelworm: komt vooral voor bij jonge paarden.
- Veulenworm: wordt via de moedermelk overgedragen.
Gericht ontwormen in plaats van standaard kuren
Het oude regime van elke twee maanden ontwormen is vervangen door een aanpak op basis van mestonderzoek. Zo behandelen we alleen als het nodig is en voorkomen we dat wormen resistent worden tegen de beschikbare middelen.
Praktische aanbevelingen
- Verwijder wekelijks de mest van de wei.
- Houd maximaal 1 paard per hectare aan als ideaal.
- Laat bij jonge paarden (jonger dan 6 jaar) vaker mestonderzoek doen.
- Stem elke behandeling af op het gewicht van het dier.

