Direct naar de inhoud

Waarom vaccineren?

Waarom is vaccineren belangrijk, ook voor binnenkatten? Antwoorden op de meest gestelde vragen over het vaccineren van kittens en volwassen katten.

Het kitten

Jonge katten krijgen via de moedermelk afweerstoffen mee die hen de eerste tijd beschermen. De eerste vaccinatie vindt plaats tussen 8 en 12 weken. Een herhalingsvaccinatie volgt 3 tot 4 weken later voor voldoende bescherming. In bepaalde situaties, zoals groepshuisvesting, kan een vervroegde vaccinatie op 6 weken nodig zijn.

Het eerste consult is een mooi moment om ook voeding, vlooienbestrijding en ontworming te bespreken. Het dierenpaspoort wordt dan ingevuld; neem dit bij elk vervolgbezoek mee.

Rond 12 tot 16 weken oud heeft het kitten voldoende weerstand opgebouwd. Daarna volgen de herhalingsvaccinaties op jaarlijkse basis.

De volwassen kat

Volwassen katten hebben regelmatig herhalingsvaccinaties nodig. De beschermingsduur verschilt per vaccin: niesziekte vraagt om een jaarlijkse inenting, kattenziekte wordt eens per drie jaar herhaald. Dit geldt ook voor binnenkatten.

Een volwassen kat die nooit eerder is gevaccineerd, krijgt twee vaccinaties met drie weken tussenpoos. Ongeveer 25% van de katten wordt volgens de richtlijnen gevaccineerd; deskundigen beschouwen dat als ontoereikend.

Ziekten waartegen we vaccineren

Niesziekte

Dit is de meest voorkomende infectieziekte bij katten. Meerdere ziekteverwekkers spelen een rol: het Calicivirus, het Rhinotracheïtisvirus en de bacterie Chlamydia. De verspreiding verloopt via vochtdruppeltjes door niezen en via manden, kleding en handen. Verschijnselen zijn ontstoken ogen, neusuitvloeiing, zweertjes op de tong, diarree, koorts en verminderde eet- en drinklust. Jonge dieren lopen een groter risico. De behandeling bestaat uit antibiotica, ontstekingsremmers, infuus en dieetvoer; het virus zelf is niet rechtstreeks te bestrijden.

Kattenziekte

Een ernstige virale ziekte met hoge sterfte. De verschijnselen ontstaan 2 tot 10 dagen na besmetting: lusteloosheid, diarree, braken en koorts. De ziekte verergert snel. Verspreiding gebeurt via speeksel, urine en vochtdruppeltjes. Ook binnenkatten kunnen besmet raken, bijvoorbeeld via kleding en schoenen van de eigenaar.

Rabiës (hondsdolheid)

Rabiës wordt overgebracht via bijtwonden. Het virus bevindt zich in het zenuwstelsel en het speeksel. Besmette katten kunnen agressief worden en bijten. De ziekte komt tegenwoordig niet meer in Nederland voor.

Veelgestelde vragen

Kan een kat ziek worden van vaccinatie?

De meeste katten ondervinden geen hinder. Sommige zijn kortstondig wat slomer. Overgevoeligheidsreacties zijn uiterst zeldzaam. Als een kat op het moment van vaccinatie al besmet is en in het incubatiestadium zit, kunnen de ziekteverschijnselen na de vaccinatie zichtbaar worden.

Is de bescherming na vaccinatie 100%?

Nee, tegen geen enkele ziekte is volledige bescherming mogelijk. Sommige dieren bouwen minder of geen weerstand op.

Verschilt de weerstandsopbouw per ziekte?

Ja. Tegen kattenziekte en rabiës is de weerstand beter en langduriger dan tegen niesziekte. Dat komt doordat niesziekte meerdere verwekkers heeft en de infectie oppervlakkig op de slijmvliezen zit.

Is er verschil tussen kittens en oudere katten?

Ja. Jonge kittens hebben een nog onderontwikkeld immuunsysteem en de afweerstoffen van de moeder kunnen de weerstandsopbouw remmen. Ook zeer oude katten bouwen minder goede weerstand op.

Zijn er andere oorzaken van minder weerstandsopbouw?

Dieren moeten gezond zijn op het moment van vaccinatie. Andere ziekten, worminfecties en onvoldoende voeding verslechteren de weerstandsopbouw.

Waarom gaat het niet zoals bij kinderen?

Mens en dier verschillen in weerstandsopbouw. Bij mensen geeft de DKTP-vaccinatie duurzame bescherming, terwijl de griepprik jaarlijks herhaald moet worden. Bij katten geldt iets vergelijkbaars: rabiës en kattenziekte geven langdurige weerstand, niesziekte niet.

De buren vaccineren niet, waarom mijn kat wel?

Niet-gevaccineerde katten kunnen gezond blijven, maar deze ziekten komen regelmatig voor. De besmettingskans hangt af van hoe vaak uw kat contact heeft met soortgenoten. De meeste katten hebben regelmatig contact, dus vaccinatie is raadzaam.

Wat is Bordetella bronchiseptica?

Een bacterie die zelfstandig een niesziektebeeld kan veroorzaken, dus niet alleen als co-infectie. Bij in groepen gehouden katten met niesziekte had meer dan 50% afweerstoffen tegen deze bacterie; bij individueel gehouden katten ongeveer 30%.

Is vaccinatie pijnlijk?

De injectie wordt gevoeld, maar de reactie verschilt per dier. Onzekerheid, angst en de houding van de eigenaar spelen daarbij een rol.

Mijn kat is "gevaccineerd en ontwormd", dus verdere vaccinatie is niet nodig?

Nee. Dit betekent alleen dat er een keer een vaccinatie is gegeven. Afhankelijk van de leeftijd en het gebruikte vaccin kan aanvullende bescherming nodig zijn. Raadpleeg uw dierenarts en neem het dierenpaspoort mee.

Binnenkatten hoeven toch niet gevaccineerd te worden?

Juist wel. Binnenkatten hebben geen natuurlijke weerstand opgebouwd en zijn extra kwetsbaar als er toch besmetting plaatsvindt, bijvoorbeeld via eigenaren of bezoekers.

Een afspraak maken voor uw dier?

Bel ons, of plan een vaccinatie direct online. Bij spoed staan we dag en nacht voor u klaar.