Direct naar de inhoud

Ons beleid

Waarom wij antibiotica niet zomaar meegeven

Zorgvuldig antibioticagebruik beschermt uw dier, uzelf en de samenleving. Zo gaan wij ermee om.

Het gebeurt regelmatig dat klanten bellen of aan de balie komen met de vraag of ze even antibioticatabletten of een antibioticumzalf kunnen ophalen voor hun huisdier. Dat begrijpen wij goed, maar wij mogen en willen dat niet zomaar doen. Op deze pagina leggen wij uit waarom.

Strengere regels sinds 2013

Sinds januari 2013 kent Nederland nieuwe wetgeving voor het gebruik van antibiotica in de diergeneeskunde. Dierenartsen moeten sindsdien zorgvuldiger met antibiotica omgaan, ook in de gezelschapsdierenpraktijk. Het doel: resistentie inperken, zodat deze middelen beschikbaar blijven om zieke dieren en mensen te behandelen.

Wat is antibioticaresistentie?

Eigenlijk zit de resistentie niet in het dier, maar in de bacteriën. Een resistente bacterie kan niet meer worden bestreden met (bepaalde) antibiotica. Bekende voorbeelden zijn de TBC-bacterie en de zogenaamde vleesetende bacteriën, zoals de staphylococcus aureus (MRSA) en de streptococcus pyogenes.

Deze bacteriën kunnen worden overgedragen van mens op dier en van dier op mens. Hoe vaker antibiotica onnodig of verkeerd worden gebruikt, hoe meer resistentie er ontstaat en hoe moeilijker ernstige infecties te behandelen zijn. Daarom moeten antibiotica zeer zorgvuldig worden toegepast, ook bij onze huisdieren.

Hoe werkt een antibioticum?

Een antibioticum zorgt ervoor dat een bacterie zich niet meer kan vermeerderen. Daardoor krijgt het lichaam van uw huisdier de kans om te genezen. Dankzij goed werkende antibiotica overlijden er minder mensen en dieren aan eenvoudige bacteriële infecties en kunnen ingrijpende behandelingen, zoals een keizersnede, een kankerbehandeling of een orgaantransplantatie, veilig worden uitgevoerd.

Waarom bacteriën resistent worden

Net als lichaamscellen muteren ook bacteriën en virussen. Meestal verzwakt zo'n mutatie de bacterie, maar soms levert een mutatie juist een voordeel op: ongevoeligheid voor een antibioticum. Deze sterkere bacteriën overleven de kuur, vermeerderen zich en geven die ongevoeligheid door aan hun nakomelingen, terwijl ze even schadelijk blijven voor mens en dier.

Zonder onderzoek geen medicijnen

Om een antibioticum te mogen voorschrijven moet uw huisdier eerst door de dierenarts onderzocht worden. Alleen dan kan worden bepaald of een antibioticum echt nodig is en welk type gegeven mag worden.

Een voorbeeld: bij een oorontsteking kan het trommelvlies beschadigd zijn. Dat kunt u thuis niet zien. Met een otoscoop controleert de dierenarts of het trommelvlies heel is. Gebeurt dat niet, dan kunnen oormiddelen het middenoor beschadigen en ernstig letsel veroorzaken. Hetzelfde geldt voor oogletsel, met in het ergste geval verlies van het oog.

Eerste, tweede en derde keuze

  • Het liefst schrijven wij een eerste keuze antibioticum voor.
  • Is er geen geschikte eerste keuze, bijvoorbeeld door allergie of omdat het middel de infectiehaard niet bereikt, dan zetten wij een tweede keuze in.
  • Voor een derde keuze antibioticum is eerst een bacteriekweek met gevoeligheidsbepaling verplicht. Zo weten wij zeker welk middel werkt en voorkomen we onnodige resistentie.

One Health

Wij volgen het One Health-beleid van de overheid. Door zorgvuldig om te gaan met antibiotica in de zorg, de diergeneeskunde, het milieu en de voedselketen dragen wij bij aan het voorkomen van de verspreiding van resistente bacteriën. Dat is in het belang van de gezondheid van dier en mens.

Een afspraak maken voor uw dier?

Bel ons, of plan een vaccinatie direct online. Bij spoed staan we dag en nacht voor u klaar.